Boeddhisme

Ongeveer 500 jaar v. Chr. leefde er in India een man genaamd Siddharta Gautama. Het verhaal gaat dat hij een prins was. In ieder geval kwam hij uit een rijke familie. Voor zijn geboorte had een waarzegger tegen zijn vader gezegd dat deze een zoon zou krijgen die, of een grote wereldheerser zou worden, of een grote geestelijke zou worden.

Omdat Siddharta zijn vader graag wilde dat zijn zoon een groot wereldheerser zou worden, besloot hij hem binnen het paleis te houden. Elk lijden moest uit zijn zicht werden gehouden. Hij wilde immers niet dat zijn zoon over het lijden na zou gaan denken, en zou besluiten om een geestelijke te worden.

Het is op 29 leeftijd dat Siddharta toch besloot om eens een kijkje te nemen buiten de paleismuren.

De eerste keer dan dit gebeurde werd Siddharta geconfronteerd met een oud persoon. De tweede keer dat hij buiten de muren kwam werd hij geconfronteerd met een ziek persoon. De derde keer werd hij geconfronteerd met de dood.

Siddharta besloot naar aanleiding van alles wat hij had gezien toen het paleis te verlaten. Het besloot te zoeken naar verlichting. Hij ging in de leer bij vele spiritueel leraren. Bij geen van deze leraren vond hij echter verlichting. Siddharta leefde als een asceet. Hij at nauwelijks. Het mocht echter niet baten.

Er wordt wel gezegd dat toen hij iemand op een snaar instrument hoorde spelen hij een inzicht kreeg. De snaren moesten niet te strak zijn gespannen maar ook niet te los zijn.

Siddharta besloot onder een Boddhi boom te gaan en niks te doen. Dagen lang zat hij daar. Hij onderging vele verleidingen. Uiteindelijk vond hij echter de verlichting. Hij wordt sindsdien de Boeddha genoemd. Volgelingen van de Boeddha noemen we boeddhisten. Wereldwijd zijn er nu volgens schatting 500 miljoen boeddhisten

 

tekst: Marlon Wong-Sioe, stagiair Fontys Theologie/ Levensbeschouwing 2015.

Zie verder: www. boeddhisme.nl